(Aisha — niet haar echte naam — gaf toestemming om dit verhaal te delen, op voorwaarde van anonimiteit. Wij hebben enkele details aangepast.)

Ik kwam de eerste keer alleen voor het formulier. Mijn man was net weg, ik had een brief van de gemeente die ik niet begreep, en iemand op het schoolplein had gezegd: "Loop binnen bij Speelkameraadjes, daar helpen ze."

De eerste keer

Ik dacht: ik leg het formulier neer, ze vullen het in, ik ga weer weg. Geen koffie, geen praatje. Ik had geen tijd voor sympathie.

Maar Thea zette een kop koffie voor me neer voor ik iets kon zeggen. "Eerst dit. Dan het formulier." En ze ging tegenover me zitten. Ze stelde geen vragen. Ze wachtte gewoon.

Ze stelde geen vragen. Ze wachtte gewoon. En toen kwam alles eruit.

Wat ik niet wist dat ik nodig had

Ik had hulp nodig met het formulier. Maar ik had vooral iemand nodig die niet medelijden had, niet oordeelde, niet "oplossingen" gaf. Iemand die luisterde en zei: "Ja. Dat is zwaar."

Ik kwam terug. Eerst voor andere formulieren — er waren er meer. Toen voor de koffie. Toen omdat het inmiddels mijn vrijdag was geworden.

Wat ik nu doe

Inmiddels help ik soms zelf andere bezoekers. Niet officieel — ik zit gewoon naast ze, vertaal als het Nederlands moeilijk is, of ik knik alleen maar.

Het is geen therapie. Het is geen hulpverlening. Het is een huiskamer met een open deur. En soms is dat genoeg.

A
Bezoeker
Stichting Speelkameraadjes